De ploegen

A. Financieringsploeg

Een belangrijk knelpunt is het gebrek aan geld voor tal van zaken die essentieel zijn voor het fietsklimaat. Bijvoorbeeld voor aanleg en onderhoud van fietsinfrastructuur, voor de aanpak van de stallingsproblematiek en voor het vergroten van de verkeersveiligheid. De weinig rooskleurige financiële situatie van gemeenten en het feit dat zij weinig mogelijkheden hebben om aan extra geld te komen, maakt dit knelpunt des te urgenter.

Fietsbeleid wordt traditioneel gefinancierd uit mobiliteitsbudgetten van overheden, met als belangrijkste spelers de gemeenten, provincies, vervoerregio’s, wegbeherende waterschappen en het ministerie van IenM. Maar fietsen heeft niet alleen mobiliteitsvoordelen. Zo is fietsen gezond, dus ook bijvoorbeeld een ziektekostenverzekeraar heeft er baat bij als hun cliënten meer gaan fietsen. En fietsen spaart ruimte, dus kan geld opleveren in gebiedsontwikkelingsprojecten. De financieringsploeg zoekt nieuwe financieringsbronnen en kijkt ook naar het beter benutten van bestaande mobiliteitsbudgetten.

 

 

geld

Laatste stand van zaken: 

Bureau Berenschot voert het onderzoek naar nieuwe financieringsbronnen uit. Uit een brede inventarisatie onder overheden, start-ups, financierders en adviesbureaus is een aantal interessante nieuwe publieke en private financieringsbronnen voor verschillende typen opgaven in fietsbeleid naar voren gekomen. Die zijn beoordeeld op haalbaarheid en impact en voorgelegd aan een aantal deskundigen en de ploeg.
Vijf financieringsinstrumenten lijken kansrijk: crowd sourcing, health impact bonds (waarbij private partijen meefinancieren), mobiliteitsconcessies, gebiedsontwikkeling en herijking van publieke financiering. Berenschot is nu bezig met de uitwerking van deze financieringsinstrumenten. In juli zal dat leiden tot een eindrapport. In het najaar gaat de Financieringsploeg dan aan de slag om concrete opties met relevante financieringspartners te bespreken.

 

 


Volgende bijeenkomst: -. 


Ploegleider:  Vacant


Organisaties die deelnemen in de ploeg: ANWB, Fietsersbond, ministerie I&M, Metropoolregio Den Haag Rotterdam, provincie Overijssel, RWS, gemeente Utrecht, UvW, VNG, Walraad advies, gemeente Woerden.


Deze ploeg volgen: Intranet

B. Technologieploeg

Moderne detectie- en internettechnologieën bieden veel toepassingsmogelijkheden en kansen voor fietsers, marktpartijen en overheden. Zo kan het helpen bij het terugvinden van fietsen en het beter organiseren van het fietsparkeren. Het kan handig zijn als je wilt onderzoeken waar dat nieuwe fietspad moet komen. Het kan onderdeel zijn van verkeersveilige communicatie tussen voertuigen. Het kan bovendien van pas komen als je een onderdeel voor je fiets wilt bestellen. Een detectielabel/chip in of aan de fiets – een fietstag –  staat dan ook bovenaan de actielijst van de Technologieploeg. 

Om het maximale rendement uit de nieuwe technische mogelijkheden te halen, is een infrastructuur nodig en moeten financieringsmodellen uitgedacht worden. En voor een grootschalige toepassing is het nodig een open standaard te ontwikkelen waar alle partijen op kunnen inhaken, van beheerders van fietsenstallingen tot fietsfabrikanten. Verder moeten de gegevens toegankelijk worden gemaakt. Daarvoor moet nagedacht worden over het opzetten van een database, waarbij de privacy van personen vanzelfsprekend gewaarborgd moet worden. Uiteraard speelt ook hier de  vraag hoe een ander is te financieren.
2014-01-22 14:53:43 AMSTERDAM - De speed pedelec, een sportieve elektrische fiets die 45 km per uur haalt, wordt steeds populairder. De Specialized Turbo is zo'n snelle fiets. ANP REMKO DE WAAL

Laatste stand van zaken:

Adviesbureau Advier heeft een inventarisatie uitgevoerd naar de huidige toepassingen van detectietechnologie. Ook is er een workshop uitgevoerd met experts op het gebied van data-infrastructuur. Daarbij bleek een grote behoefte aan een gezamenlijke data-infrastructuur. De branche (industrie en handel) willen daarin het voortouw nemen. Inmiddels zijn 3 kopgroepen ingesteld die zich bezig houden met de verdere uitwerking van:

 

 

  • een open standaard voor drie typen tags
  • een plan van aanpak voor een centrale fietsendatabase
  • financiering en marketing van tags en een centrale database

Daarnaast wil de technologieploeg samen met overheden en marktpartijen living labs opzetten om ervaring op te doen met detectie- en internettechnologie.


Volgende bijeenkomst: nog niet gepland.


Ploegleider: Jeroen Snijders Blok, COO bij de Accell Group.


Organisaties die deelnemen in de ploeg: Adviesbureaus en Bedrijven (Advier, Arcadis, City Makers, CleverMinds, FietsNED, Hans Schreuder, Heijmans, HR Motion, Jan Kuipers, Mywheels, NFP, NS Stations, NS OV-fiets, Perfectview, Recipero Access, U-Stal, Wilmar), Brancheorganisaties (BOVAG, FIPAVO), Fietsersbond, Gemeenten (Almere, Amsterdam, Ede, Helmond), Kennisorganisaties (CROW-Fietsberaad, TNO), Ministerie I&M, Wetenschap (NHTV, TUD), provincies (Groningen), RDW, Stichting Aanpak Voertuigcriminialiteit, Stichting SIMS, verzekeraars (Enra), vervoerregio’s (MRDH).


Deze ploeg volgen: Intranet

C. Ketenploeg

De komende tijd wordt flink bezuinigd in het stads- en streekvervoer, waardoor voor- en natransport-afstanden toenemen. De fiets cq. de e-fiets kan ervoor zorgen dat de bus een aantrekkelijk alternatief blijft. 

Daarnaast kunnen huur- en deelfietsen en elektronische fietskluizen waarschijnlijk een nog belangrijkere rol spelen als laatste schakel in auto- en OV-verplaatsingen. Vragen waar de ketenploeg aan werkt zijn: hoe kan de (e)-fiets bijdragen aan de vitaliteit van het stads- en streekvervoer? Welke overheidslaag moet daarbij het voortouw nemen? Wat zijn voorwaarden om de markt van huur- en deelfiets tot ontwikkeling te laten komen (denk aan een open standaard voor identificatie van fietsen en huurders). En hoe moet dit gefinancierd worden?
trein

Laatste stand van zaken: 

  • De ketenploeg gaat vanaf zomer 2016 aan de slag in vijf kopgroepen
    Inspirerende regionale ketenplannen, bestaande uit regio’s die een aantal beleidsmatige belemmeringen wil slechten. Zo is de financiering van overstapvoorzieningen momenteel lastig en zijn ketenvoorzieningen niet goed verankerd in de organisatie.
  • E-kluizen op haltes en kleine stations. Deze kopgroep wil kijken of een standaard programma van eisen ontwikkeld kan worden voor de hard- en software van e-kluizen.
  • Fietsverhuurinitiatieven, die zal bestaan uit vertegenwoordigers van decentrale overheden die aan de slag zijn of willen met fietsverhuursysteem. Direct aanleiding voor de kopgroep Fietsverhuur-initiatieven is, dat op tal van plekken uiteenlopende initiatieven voor fietsverhuursystemen oppoppen. Decentrale overheden ervaren het als een belemmering dat zij geen overzicht hebben van de mogelijkheden en van de mogelijke rollen die overheden kunnen vervullen.
  • Open standaards voor huur- en deelfietsen. Deze kopgroep bestaat vooral uit marktpartijen die tot doel hebben dat de consument met een pas of account zonder rompslomp een fiets kan huren bij verschillende verhuurders.
  • P+Fiets. In deze kopgroep werken decentrale overheden samen die aan de slag willen met P+Fiets: het parkeren van de auto (bijvoorbeeld aan de rand van de stad) en verder op een fiets. Wat zijn de belemmeringen?

Volgende bijeenkomst: –


Ploegleider: Floor Vermeulen, gedeputeerde Zuid-Holland en Frank van Setten, adjunct-directeur bij Arriva.


Organisaties die deelnemen in de ploeg: Adviesbureaus (Apartner, Loendersloot, Mobycon), Amsterdam E-mobility, Arriva, Bimbim Bikes,  Calllock, CROW-Fietsberaad, Cycle Center, Cycleswap, Fietsersbond, FietsNED, Fietsverhuur ZH, FIPAVO, gemeenten (Amsterdam, Ede), Goabout, Groningen Bereikbaar, Maastricht Beter Bereikbaar, ministerie I&M, Mywheels, NS Stations, OV-bureau Groningen-Drenthe, Prorail, provincies (Drenthe, Fryslan,Gelderland, Groningen, Noord-Brabant, Zuid-Holland, Noord-Holland, Utrecht Zeeland), RET, RWS, Skopei, U-Stal, VCCR, vervoerregio’s (Amsterdam, Rotterdam Den Haag).


Deze ploeg volgen: Intranet

D. Ploeg van de regionale routes

Het belang van de fiets op de middellange afstanden is de afgelopen jaren sterk gegroeid, zowel voor woon-werkverkeer als voor recreatie. Dit komt mede door de e-fiets. Door deze ontwikkeling neemt het belang van regionale (snel)fietsroutes toe. De totstandkoming en het beheer ervan wordt echter gehinderd doordat er meestal verschillende wegbeheerders bij betrokken zijn en een stevige regie ontbreekt, zeker nu de stadsregio’s zijn opgeheven. 

Ambtelijk is de afgelopen jaren al veel kennis en ervaring uitgewisseld in het kader van Fiets-filevrij. De regionale route-ploeg zal met concrete bestuursvoorstellen komen hoe de regiefunctie effectief is te regelen, wat betreft planontwikkeling, financiering, aanleg, bewegwijzering, marketing en onderhoud. Ook de relatie met recreatieve routes zal hierin meegenomen worden: waar en wanneer kunnen kansen van ‘dubbelgebruik’ worden benut? Kenmerkend voor het proces van realisatie van regionale fietsroutes is de betrokkenheid van verschillende wegbeheerders. Wat zijn de succesfactoren voor een goede samenwerking?.
Afdrukken

Laatste stand van zaken: 

In de afgelopen maanden zijn werksessies in de provincies georganiseerd met relevante stakeholders, over de vraag wat bepalende factoren zijn bij de totstandkoming van regionale routes. Het eindrapport bevat de volgende conclusies:

 

  1. Er is veel ambitie tav regionale routes, niet overal is deze integraal onderdeel van beleid.
  2. Er is een tekort aan financiële middelen om de ambities waar te kunnen maken.
  3. Regie en samenwerking kunnen (verder) verbeterd worden.
  4. Informatie-uitwisseling is van belang, maar zou (landelijk) vooral efficiënter geregeld moeten worden.

Het eindrapport zal op 8 december worden aangeboden aan de minister van Infrastructuur en Milieu.
De conclusies leiden ook tot vervolgacties die de ploeg in 2017 zal oppakken:

  1. Terugkoppeling geven aan provincies en vervoerregio’s.
  2. Bespreken mogelijke inbreng van het rijk met ministerie van I en M.
  3. Samenvoegen van Tdf ploeg en platform Fiets Filevrij. Agenderen van in ieder geval:
    a. Invulling van ‘regie’
    b. Betrokkenheid van raden en staten in het proces
    c. Afstemmen van subsidieregelingen en –processen
  4. Organiseren van overleg met Prorail, RWS, en waterschappen over hun eigen taken in relatie tot snelle fietsroutes
  5. Samen met CROW-Fietsberaad een ‘mkba-instrument’ voor snelle fietsroutes ontwikkelen.

 


Volgende bijeenkomst: Januari 2017.


Ploegleiding: Conny Bieze, gedeputeerde Provincie Gelderland.


Organisaties die deelnemen in de ploeg: ANWB, DCE, Fietsersbond, gemeenten (‘s-Hertogenbosch, Leeuwarden, Schiedam, Venlo, Zwolle), metropoolregio Rotterdam Den Haag, ministerie I&M, Prorail, provincies (Drenthe, Overijssel, Gelderland, Groningen, Limburg, Noord-Brabant, Utrecht, Zuid-Holland), Routebureau Zeeland, RWS, Stichting Landelijk Fietsplatform, waterschap Scheldestromen.


Deze ploeg volgen: Intranet

E. Ruimtelijke ploeg

De ruimtelijke ordening van Nederland met compacte steden biedt een goede basis voor het fietsgebruik. De economische betekenis van steden zal in de nabije toekomst verder toenemen. De fiets kan een belangrijke bijdrage leveren aan het functioneren en vitaal houden van de steden

Er liggen kansen als steden het ruimtelijk beleid en het mobiliteitsbeleid meer in samenhang beschouwen en de fiets meer als uitgangspunt hanteren voor ruimtelijke keuzes en als drager voor de ruimtelijke inrichting en mobiliteit in de stad. Diverse steden nemen inmiddels initiatieven op dit vlak. Dat vormt de basis voor een ploeg die kennis uitwisselt en die niet alleen elkaar, maar ook andere steden inspireert. Ook is er behoefte aan aanbevelingen op het gebied van regelgevingsinstrumentarium en financiering (wegnemen belemmeringen en benutten kansen in Ruimtelijke Ordening en Bouw).
ruimte

Laatste stand van zaken: 

Er is een inventarisatie gemaakt van bepalende factoren voor succesvolle fietssteden. De ploeg wil in het najaar een aantal ‘best practices’ in gang zetten en evalueren. Gedacht wordt aan best practices in Den Haag (kern gezond), Utrecht (parkeernormen), Eindhoven (Strijp S), Schiedam (pilot Slimme en Gezonde Stad) en Groningen. Maar ook andere gemeenten kunnen zich melden.
Voor 2017 staat een symposium op de agenda om de ervaringen met deze en andere best practices te delen.

 

 


Volgende bijeenkomst: –


Ploegleider: Paul de Rook, wethouder Groningen.


Organisaties die deelnemen in de ploeg: Adviesbureaus (Arcadis, Artgeneering, Thuisraad RO), ANWB, college van Rijksadviseurs, Fietsersbond, gemeenten (Amsterdam, Groningen, Oldambt, Zwolle), Metropoolregio Rotterdam Den Haag, provincies (Groningen), RWS, Universiteit van Amsterdam.


Deze ploeg volgen: Intranet

F. Gezondheids- en participatieploeg

De bijdrage die de fiets kan leveren aan de gezondheid en de maatschappelijke participatie van burgers is onomstreden. En er zijn ook maatschappelijke kansen en baten: denk aan preventieve gezondheidszorg (beweegadvies, besparingen ziektekosten en zorgkosten WMO) en de strijd tegen vereenzaming van ouderen.

Een aanpak die sterk gericht is op doelgroepen die kampen met bewegings- of mobiliteitsarmoede ligt voor de hand. Een relatief onbekend terrein in het fietsbeleid. Probleem is dat tal van partijen een beetje probleemeigenaar of belanghebbende zijn, maar geen enkele actief het voortouw neemt. Deze ploeg gaat verkennen (en eventueel testen) hoe op lokale schaal de kracht van de fiets voor dergelijke doelgroepen beter is te benutten, c.q. de maatschappelijke baten zijn te verzilveren.
poppetjes

Laatste stand van zaken: 

De Gezondheid- en participatieploeg ziet in de GGD’s in Nederland belangrijke aanjagers om fietsgebruik te bevorderen vanuit gezondheidsperspectief. Ze zijn al op een aantal terreinen actief en in de maanden mei-juni inventariseert RIVM de succesvolle voorbeelden, die begin juli worden besproken met GGD’s. Daar moet uit blijken welke projecten mogelijk zijn op te schalen, wat de succesfactoren zijn en welke projecten ook elders toepasbaar zijn. De uitkomsten van het onderzoek worden ook opgenomen in de Gezondontwerpwijzer van RIVM.
Maar de Gezondheidsploeg volgt meer initiatieven. In Rotterdam (Fietsen op Zuid) en Drenthe (Op Fietse) onderzoekt men of het ANWB-kinderfietsenplan succesvol is te combineren met bestrijding van lokale armoede en preventief gezondheids- en participatiebeleid. En binnenkort komen de resultaten van een landelijk ANWB-onderzoek naar recreatieve fietsroutes, met het accent op veiligheids- en gezondheidsaspecten.
Ander aandachtspunt voor de Gezondheid- en participatieploeg is de vraag hoe je het thema fietsen kunt inbrengen in omgevingsvisies. Via regionale bijeenkomsten wordt daartoe de nodige inspiratie opgedaan.

 

 


Volgende bijeenkomst: -.


Ploegleider: Elly van Kooten, directeur Publieke Gezondheid, Rotterdam.


Organisaties die deelnemen in de ploeg:  ANBO, ANWB, Fietsersbond, gemeenten (Rotterdam, Zwolle)), IederIN/Maculavereniging/Silvur, Jongeren op gezond gewicht (JOGG), ministerie I&M, provincie Drenthe, RWS, VVN,  Schuttelaar en Partners, SWOV.


Deze ploeg volgen: Intranet

De Tour de Force startte in 2015 met de eerste Agenda Fiets 2020. Onder de Tourleiding werden zes ploegen geformeerd, die zich concreet richten op de deelterreinen financiering, technologie, de keten, regionale routes, ruimtelijke ordening en gezondheid en participatie. Ze inventariseerden de problemen, zetten onderzoek uit en onderzochten kansrijke oplossingen.

De ploegen leverden ook een belangrijke inbreng bij de totstandkoming van de tweede Agenda Fiets 2017-2020. Daarin staan 8 doelen centraal.

De know how van de zes ploegen zal een stevig basis vormen voor het realiseren van deze doelen, samen met de inbreng van tal van organisaties die zich sinds de start hebben aangesloten bij de Tour de Force.